Open Joodse Huizen/Huizen van Verzet 2026

2 mei 2026

1. J.J. Allanstraat 384, Westzaan

Aanvangstijden 10.00 uur en 11.30 uur.

Een contactpersoon van de ondergrondse, Aris Voogd, deed eind 1944 een beroep op het echtpaar Abel Venema (Zaandam, 1902) en Lijsbeth Antje Moerbeek (Purmerend, 1897) om een onderduiker op te nemen. Het echtpaar woonde aan de J.J. Allanstraat 384 en had vier kinderen: Jan (1927), Trijntje (1929), Johanna (1932) en Anneke (1937). Abel Venema had een metaalbewerkingsbedrijf in de oude loods van houtzaagmolen De Tweeling. Zijn woning en werkplaats lagen op een achtererf, een stukje het land in. De schuilnaam van de nieuwe onderduiker was ‘oom Henk’. Oom Henk kon bij het huis vrij rond lopen en alles ging goed. In februari 1945 kwam ook zijn vrouw, ’tante Ger’, op de fiets uit Amsterdam. Feitelijk waren zij de diamantbewerker/bezorger Henri Cohen en Jet Cohen-Aardewerk, een employee van kledingwinkel A. de Vries. Ze woonden voordien in de Amsterdamse Van Woustraat 222 (2 hoog) en waren sinds 20 december 1933 met elkaar getrouwd. Hanna Jacobs-Venema en haar zuster Anneke vertellen het verhaal hoe het is om onderduikers in huis te hebben.

2. J.J. Allanstraat 102, Westzaan

Aanvangstijden 13.30 en 15.00 uur.

Carine vertelt het verhaal van haar onderduik in Westzaan. Haar moeder was hoogzwanger toen echtgenoot Max op 2 oktober 1942 door Duitse troepen werd opgehaald uit Diemen, waar hij dwangarbeid verrichte. Max Nunes Nabarro werd een dag later naar Westerbork vervoerd, het eerste van acht concentratiekampen. Hij zou ze allemaal overleven. Max had met zijn echtgenote afgesproken dat ze zou onderduiken indien hij zou worden weggevoerd. Dat deed ze dan ook. Bijna twee maanden na het overbrengen van haar man beviel ze in het Nederlands-Israëlitisch Ziekenhuis van dochter Carine. Jan en Gesina van Ooijen, wonend op de J.J. Allanstraat 100, ontfermden zich over de baby, terwijl haar moeder zich in Zaandam en Zaandijk verborg. Beppie Nunes Nabarro: “Onderduiken was verschrikkelijk… heel erg. Je kind moeten afstaan zonder dat je wist of je het ooit terugkreeg, dat was vreselijk. Altijd de angst dat er met jou of met het kind wat zou gebeuren.”  Carine vertelt hoe de oorlog van invloed is geweest op haar leven. Foto Joods Monument Zaanstreek

3. J.J. Allanstraat 314, Westzaan

Aanvangstijden 10.00 uur en 11.30 uur.

Esther Vas Dias werd als baby ondergebracht bij de Westzaanse familie Bergers. Ze overleefde daar de oorlog. Esther was een dochter van monteur Isidoor Vas Dias (Amsterdam, 4-8-1921) en Betsy Vas Dias-Molgo (Amsterdam, 14-7-1916). Haar ouders traden op 5 november 1941 in het huwelijk. Nog geen half jaar later kwam Esther ter wereld. Het gezin woonde in de Amsterdamse Christiaan de Wetstraat 4 I.

Esther ouders werden om het leven gebracht in Sobibor, haar vader op 2 januari 1943, haar moeder op 20 maart van datzelfde jaar. Onduidelijk is hoe Esther aan het noodlot ontsnapte. Zelf heeft ze twee versies gehoord. De eerste is dat ze uit de trein op weg naar Westerbork is gegooid en vervolgens in veiligheid is gebracht. Volgens de andere versie, die in haar ogen aannemelijker klinkt, is ze samen met een jongetje uit de Hollandsche Schouwburg gered, de plek waar veel joden opgesloten werden alvorens ze van Amsterdam naar Westerbork werden vervoerd.

Volgens Esther Vas Dias kwam ze samen met het jongetje terecht bij dokter Jongerius in Koog aan de Zaan. Zijn echtgenote vond de situatie echter te gevaarlijk en wilde de kinderen weg hebben. Daarop kwam ze terecht bij de familie E. Bergers, die in Westzaan een bescheiden houten woning aan de J.J. Allanstraat 316 bewoonden. Ze kreeg de naam Elly van Dalen aangemeten, die ze jarenlang behield. Pas ver na de bevrijding, toen ze al van school af was, ontdekte ze haar werkelijke naam. Esther op de Noorderschool, 3e van links op de 2e rij van onder. Foto Digitale Beeldbank Westzaan.

 

4. Halstraat 7, Zaandam

Aanvangstijden 13.30 uur en 15.00  uur

Vanaf 1942 probeert de nationaal-socialistische bezetter in toenemende mate om Nederlandse mannen in te zetten aan het Duitse arbeidsfront. Waar dat eerst vrijblijvend gaat, wordt deze inzet vanaf begin 1943 verplicht voor mannen van 18-35 jaar. Voor de Zaanse illegaliteit is dat reden om een poging te doen de administratie van het Gewestelijk Arbeidsbureau in Zaandam te vernietigen. Het initiatief komt van de voormalige Arbeidsbureau-medewerker Frans van Os. Zijn kleindochter vertelt het verhaal van haar vader in de woning waar Brandweercommandant J. Koelewijn woont op Halstraat 7. Op een steenworp afstand van het Arbeidsbureau ziet hij de vlammenzee, maar wacht met uitrukken tot hem een officieel alarm bereikt.

 

5. Mozartstraat 6, Zaandam

Aanvangstijden: 10.00 uur en 11.30 uur.

 Op Mozartstraat 6 in Zaandam komen de verhalen van drie gezinnen samen. Jan van der Male, gemeentearchivaris en bewoner van dit adres, vertelt deze drie verhalen.

Allereerst dat van politieagent Arjen Osinga (1888-1956), die van 1935 tot eind 1939 in de oorspronkelijke bovenwoning van dit pand woonde. In hoeverre maakte hij de spanningen in de aanloop na de oorlog mee? Zijn pensioen in augustus 1941 voorkwam dat hij in maart 1942 bij de Jodendeportatie voor enorme dilemma’s kwam te staan, zoals meerdere collega-politieagenten. Foto’s uit de familie en archiefdocumenten geven hem een gezicht.

Inmiddels zijn de Joodse tandtechnicus Oscar Alexander (1904-1969) met zijn Nederlandse vrouw Osingas onderbuurman. Eind januari 1941 moeten Aleander en zijn vrouw gedwongen vertrekken naar Amsterdam en eind 1942 gaat Alexander op transport naar Westerbork. De kampdirecteur en arts redt zijn leven, zijn vrouw strijdt om hem uit het kamp te krijgen en na een half jaar heeft dat succes. Hij duikt de verdere oorlogsperiode onder.

In 1953 komt in de onderwoning het echtpaar J. Drukker-Manassen. In tegenstelling tot veel familieleden hebben zij de oorlog overleefd, in tegenstelling tot veel andere familieleden. Jacob is voorzitter van het bestuur van de Nederlands-Israëlitische gemeente. Niet alleen vrijwel de gehele Joodse gemeenschap blijkt te zijn uitgemoord, ook de synagoge is zwaar beschadigd. Bij gebrek aan vergaderruimte vinden de vergaderingen van het synagogebestuur regelmatig plaats bij de voorzitter op Mozartstraat 6. Bij hun kleinkinderen in de VS is over deze tragiek bijna niets bekend, familiefoto’s uit hun collectie ondersteunen het verhaal dat uit archieven is te herleiden.

Deze drie verhalen laten verschillende aspecten van de Joodse tragedie in de Tweede Wereldoorlog zien. Foto Jacob Drukker, collectie A. de Jong.

 

6. Prins Hendrikstraat 139, Zaandam

Aanvangstijden 13.30 uur en 15.00 uur.

Marion kwam als baby in de zomer van 1942 terecht bij de weduwe Geertruida (‘Geertje’) Pel-Groot. De moeder van het meisje zat in een concentratiekamp en haar vader was naar Zwitserland gevlucht.

Doopsgezind

Het echtpaar Pel woonde aan de Prins Hendrikstraat 139 en had vier kinderen. Geertje Pel was met haar man Wijbrand, een ouwelfabrikant, lid van de Zaandamse Werkgemeenschap van Quakers en Doopsgezinden (WQD), die op 20 maart 1940 onder leiding van Cor Inja was opgericht. De werkgroep besloot na het bombardement op Rotterdam (14 mei 1940) hulp te verlenen. De opgehaalde goederen, huisraad en kleding ter waarde van 2500 gulden werden opgeslagen in de fabrieksruimte die Wijbrand Pel beschikbaar stelde. Daarna regelde de groep opvang voor Rotterdamse kinderen. Later maakte men pakketten voor de joodse vluchtelingen in kamp Westerbork, dat toen nog onder Nederlandse leiding stond.

Joden

Het echtpaar heeft altijd ‘erg meegeleefd’, zo schreef Inja later in zijn dagboek, ‘met het grote onrecht aan Joodse medeburgers aangedaan’.2 Hoever de identificatie met het joodse volk voor Wijbrand Pel ging, mag blijken uit de woorden die hij zou hebben uitgesproken op zijn sterfbed, in maart 1942: “Geert, de poorten van de concentratiekampen gaan voor me open.”3 Dat Geertje een joodse baby in haar huis opnam, lag voor de hand. Het kindje heette Marion, maar werd ‘Map’ genoemd. Foto uit de collectie van A.Pel.

 

7. Botenmakersstraat 60, Zaandam

Aanvangstijden 10.00 uur en 11.30 uur.

Voor en kort in de oorlog woonde daar de familie Poppert, eigenaar van een hoedenfabriek, destijds gevestigd in het begin van de Botenmakersstraat. Pand werd later bekend als jongerencentrum Drieluik. Erich Poppert overleefde de oorlog niet, zijn vrouw Hertha en dochter Sonja wel. Hertha nam het bedrijf na de oorlog over.

Erich Poppert was eigenaar van dameshoedenfabriek E.C. Poppert & Co, gesticht op 1 september 1933. Erich was eerder dat jaar naar Nederland gekomen -zijn latere vrouw Hertha volgde hem nadien- en verwierf daar een Nederlands paspoort. Hertha werd geboren uit Duits-joodse ouders. Haar vader Josef was veehandelaar. Haar moeder heette Ida Weinstein. Er kwamen zes meisjes: Irma, Flora, Hertel, Paula, Gretel en Ruth. Allen bezochten de rooms-katholieke school van de Ursulinnen in Fritzlar. Op haar 15de ging Hertha in de dameshoedenzaak van een oom in Bochum werken. In die plaats leerde ze ook haar toekomstige man kennen.

Religie

Op 2 augustus 1934 trouwde het stel in de Zaandamse synagoge. Een jaar later werd dochter Sonja geboren. Hertha voedde haar dochter katholiek op en had veel contact met kapelaan W.J.A. Mulder van de Bonifaciusparochie (1932-1940). Hertha droeg altijd een kruisje om haar hals. Het gezin gold voor de Duitse wetten echter als joods. Foto collectie G. Duin.

 

8. Botenmakerstraat 82, Zaandam

Aanvangstijden 13.30 uur en 15.00 uur

Ondergedoken Elly Premsela en haar man Max Wessel werden uit wraak verraden, samen met vele andere verzetsmensen en zij moesten vluchten. Die vlucht verliep niet goed en zij werden evenals de onderduikverleners; de bekende Zaanse familie Plooyer, waaronder raadslid Marcus Plooyer, opgepakt. Elly en Max stierven in Auschwitz in 1944.

Elly Premsela kwam in Assendelft ter wereld op 29 oktober 1914. Ze was de dochter van Rosalie de Boers en de joodse huisarts Benedictus Premsela.

Elly kwam -samen met Max- terecht in de regio die ze een kwart eeuw eerder met haar ouders verliet, de Zaanstreek. Ze kon onderdak krijgen op de Zaandamse Bootenmakersstraat 82. Op dat adres woonden Marcus Plooijer en zijn echtgenote Johanna Dooves met hun dochter Guurtje (‘Uut’). De progressief denkende Elly moet zich hebben thuisgevoeld bij het sociaaldemocratische gezin Plooijer, bij wie ze de achterkamer op de bovenverdieping mocht gebruiken. Foto collectie B. Premsela

9. Wormerveerse Vermaning, Zaanweg 57, Wormerveer

Aanvangstijden: 10.00 uur en 11.30 uur.

 In het pak genaaid: het verhaal achter een verzetsfamilie

Op 2 mei vertelt schrijver Jan Schoen in de Wormerveerse Vermaning het bijzondere en aangrijpende verhaal achter de naam Dirk Hofland, die bovenaan het oorlogsmonument in de Zaanbocht in Wormerveer staat. Waarom wordt hij daar samen met vier anderen herdacht: Beene Dijkstra, Jan van der Weerd, Jan Goldschmeding en Cornelis Dijksterhuis? Tijdens zijn lezing brengt Schoen helderheid over deze namen en over de dramatische gebeurtenissen die diepe sporen nalieten in de familie Hofland.

Schoen is auteur van In het pak genaaid, dat hij schreef onder het pseudoniem Jan Scarpa. In dit boek reconstrueert hij het leven van zijn oom Herman Willem (“Toffie”) Hofland, de zoon van Dirk. Voor de oorlog was Toffie een talentvol waterpoloër, een begaafd jazzviolist en actief postzegelhandelaar. Al in de jaren ’30 keerden Toffie en zijn vader Dirk zich tegen het opkomende fascisme. Vanuit de rijwielzaak van Dirk Hofland in de Marktstraat werden gesprekken gevoerd over de politieke situatie én werd meegewerkt aan het verzetsblad De Luistervink.

Na een liquidatie in Wormerveer kwam Toffie op de Duitse opsporingslijsten terecht. Hij dook onder in West-Friesland en raakte daar intensief betrokken bij het verzet: van wapendroppings en het onderbrengen van onderduikers tot acties op distributiekantoren en het optreden als KP’er tegen zwarthandelaren en verraders. Na de oorlog vertrok hij naar Curaçao, waar hij een succesvolle winkelketen opbouwde. In 1993 ontving Toffie het Verzetskruis; zijn vader Dirk kreeg deze hoge onderscheiding postuum.

De Tweede Wereldoorlog verminkte de mens in Toffie Hofland. Ambitie en geldingsdrang maakte hem tot een succesvol ondernemer. Blind vertrouwen verwoestte tenslotte zijn hele levenswerk.

De viool van Toffie heeft Jan Schoen op een bijzonder moment geërfd. Op 2 mei neemt hij hem mee.

 

 

10. De Waakzaamheid, Hoogstraat 4, Koog aan de Zaan

Aanvangstijden: 11.00 uur en 13.30 uur.

De Waakzaamheid in Koog aan de Zaan was tijdens de Tweede Wereldoorlog veel meer dan een café-hotel. De zaak werd gerund door Hendrik Ero en zijn vrouw Louise Ero-Chambon, die al vóór de oorlog bekendstonden als betrokken en sociaal. Na de Duitse bezetting in 1940 kozen zij bewust voor verzet. Hendrik en Louise sloten zich aan bij een van de allereerste verzetsnetwerken van Nederland, later bekend geworden als de Stijkelgroep, genoemd naar verzetsman Johannes Stijkel. Deze groep hield zich bezig met spionage voor de geallieerden, het verzamelen van militaire informatie en het helpen van gevluchte militairen. De Waakzaamheid fungeerde hierbij als ontmoetingsplek en schakelpunt. Helaas werd de verzetsgroep al vroeg in de oorlog ontdekt. In april 1941 werden Hendrik en Louise gearresteerd door de Duitse Sicherheitsdienst en naar de beruchte gevangenis ‘Oranjehotel’ in Scheveningen gebracht. Later werden ze samen met tientallen andere verzetsstrijders overgebracht naar Duitsland en voor een showproces gebracht. Omdat hulp aan vijandige machten, zoals spionage of verzet, zwaar werd bestraft, kregen veel deelnemers de doodstraf. Hendrik Ero werd op 4 juni 1943 gefusilleerd in Berlijn, en ook Louise overleed in 1944 in concentratiekamp Ravensbrück aan ziekte en uitputting. De familie Ero betaalde daarmee de hoogste prijs voor hun verzetswerk. Hun verhaal staat symbool voor het vroege Nederlandse verzet én voor de tragische ondergang van de Stijkelgroep, die door de Duitse bezetter vrijwel volledig werd uitgeschakeld. Na de oorlog keerden de stoffelijke resten van de gefusilleerden terug naar Nederland en zijn zij herbegraven met militaire eer. Het echtpaar Ero kreeg postuum erkenning voor hun verzetswerk en in Koog aan de Zaan herinnert een monument aan de slachtoffers van deze verzetsgroep, waartoe ook zij behoorden. Een kleinzoon van Hendrik en Louise vertelt het verhaal op 2 mei.

                                             

 

11. Zaanweg 73, Wormerveer

Aanvangstijden 10 uur en 11.30 uur.

Modehuis Snoek op de Zaanweg naast het gemeentehuis was een bekende zaak in Wormerveer. Naast stoffenhandelaar genoot Mozes Snoek bekendheid als goochelaar en hypnotiseur. Zijn artiestennaam luidde: professor Rodi. Het Wormerveerse verzet bewaarde na de gedwongen afvoer van het gezin naar Westerbork de handel van Mozes op de zolder van de School met de Bijbel op de Wandelweg. Ook zijn goochelspullen. Mozes en zijn vrouw werden vermoord in de kampen. De goochelspullen zijn op een bijzondere manier bewaard gebleven. Marc van de Geer vertelt het verhaal van deze familie en neemt een aantal van de goochelspullen mee.

12. Zaansgroen, Zeemansstraat 54, Zaandam

Aanvangstijden 13.30 uur en 15.00 uur.

Wolf kwam als vijfde van negen kinderen op de wereld. Zijn moeder, Vrouwtje Hartlooper, werd al vroeg weduwe en de kinderen leerden noodgedwongen om al op jonge leeftijd voor zichzelf en de anderen te zorgen. Wolf begon zijn carrière als ‘loopknecht’ en werkte vervolgens als diamantbewerker. Wolf woonde in zijn jonge jaren in de Amsterdamse Marnixstraat. Hij trouwde op 17-1-1906 met de Zaanse, niet-joodse Marianne Hartog. Zij beviel kort na haar huwelijk, op 6-3-1906, van een zoon. Deze Willem overleed echter al binnen een maand. Hun tweede kind kreeg de naam Martinus (‘Tinus’) en werd op 7-6-1907 in Amsterdam geboren. Op de gezinskaart staat ‘geen’ ingevuld bij de kolom ‘godsdienst’. Dit geldt ook voor de moeder en de andere zeven kinderen. Alleen bij Wolf vermeldt de gezinskaart Nederlands-Israëlitisch. Het tweede kind, Vrouwtje, is op 21-8-1908 in Rotterdam geboren. Toen het gezin uit Rotterdam terugkwam, was Wolf expeditie knecht.

Op 4-10-1909 verhuisde het echtpaar Bosboom-Hartog van Amsterdam naar Zaandam. Wolf Bosboom werkte in Zaandam als los werkman, magazijnknecht, havenarbeider en incidenteel als zeepfabrikant.

Op 14 januari 1942 ontvingen ruim 100 Joodse huishoudens in de Zaanstreek een brief met als kop: “Aanwijzing voor de evacuatie uit Zaandam”. Bewoners moesten binnen 3 dagen hun huizen verlaten, hun inboedel achterlaten en zich melden bij de Joodse Raad in Amsterdam. Deze maatregel was onderdeel van het naziplan om de regio “Judenrein” te maken.

Eén van de getroffen families was de familie Bosboom, die destijds aan de Zeemansstraat 35 woonde. Kleinzoon Adriaan Bosboom vertelt ons over de brief , de instructies , de impact en gevolgen van deze maatregel voor zijn familie.

De familie Bosboom in Zaandam. Zittend voor Piet. Daarachter van links naar rechts Jan, Hanna, Barend, Annie, Marianne, Wolf en Rita Bosboom (collectie M. van Leeuwen)