Symbool van ‘goed’ en ‘fout’

Een van de herdenkingsmonumenten die staan voor de tegenstelling tussen ‘goed’ en ‘fout’ in de oorlog is het monument in Zaandam aan de Zaan tegenover Oostzijde 238c. Als je als ‘fout’ werd gezien, dan werkte je samen met de Duitsers. Je was lid van de NSB, diende in het Duitse leger bij de Waffen-SS, gaf Joodse burgers aan of verraadde mensen die onderdak gaven aan Joden en hun gezinnen. Ook waren er ‘foute’ Nederlanders die verzetsmensen verraadden of die misbruik maakten van de schaarste aan voedsel en brandstof en het tegen woekerprijzen verkochten. De ‘goeden’ probeerden juist de Duitse onderdrukking te ondermijnen en te saboteren.

Oog om oog, tand om tand

De plek waar het monument staat, markeert de locatie waar op 10 maart 1945 vijf verzetsmensen uit Alkmaar werden gefusilleerd. Als vergelding voor de moord op een handlanger van de Sicherheitsdienst. Want de Duitsers hanteerden het ‘oog om oog, tand om tand’-principe: wanneer er een aanslag werd gepleegd, dan werd dat vergolden met het vuurpeleton of deportatie naar een van de concentratiekampen in Duitsland of Polen. En dat betekende in bijna alle gevallen een zekere dood. De reden hiervoor was om het Nederlandse volk angst in te boezemen en daarmee duidelijk te maken dat men maar beter kon gehoorzamen.

Van verzetsman tot ‘Todeskandidat’

Voorafgaand aan de fusillade aan de Oostzijde bij de huidige Bernhardbrug was R. Rempt in een hinderlaag gelokt door een lid van de Waffen-SS die te kennen had gegeven te willen deserteren. Hij werd zodoende door de Feldgendarmerie gearresteerd. De Bernhardbrug heette in oorlog De Troelstrabrug en werd in 1941 geopend door de dochter van NSB-burgemeester Van Ravenswaay. Een man met en zeer kwalijke reputatie.

Eerder had Rempt wel met succes voor elkaar gekregen dat personeel van de Wehrmacht en de SS deserteerden. Hij bezorgde ze dan een veilig onderduikadres. Hun wapens en uniformen werden door mensen uit het verzet – ook wel de illegaliteit genoemd – gebruikt bij pogingen gevangenen te bevrijden, het plegen van overvallen en het vervoer van gedropte wapens.

Waarschijnlijk zijn op basis een notitieboekje dat Rempt in zijn bezit had nog vier Alkmaarders opgepakt. Zij werden hardhandig verhoord en gemarteld alvorens te worden overgebracht naar het Huis van Bewaring aan de Weteringschans in Amsterdam.

Het leven van vijf ‘goeden’ voor de aanslag op één ‘foute’

De 39-jarige Willem Elhardt was chef van de waterpolitie in Zaandam. En ‘fout’ want hij had gekozen voor het lidmaatschap van de NSB en werkte samen met de Duitsers. Verzetsmensen hadden hem al meerdere keren gewaarschuwd daarmee te stoppen. Elhardt wilde echter niet luisteren, dus besloot het verzet hem te liquideren. Zo geschiedde.

Als vergelding voor deze liquidatie haalden de Duitsers vijf Alkmaarse verzetsmensen uit het Huis van Bewaring aan de Weterschans. Zij stonden op de lijst van ‘Todeskandidaten’ omdat ze vanuit het Verzet het Duitse regime ondermijnden en saboteerden. Zij werden hiervoor zonder pardon en mededogen gefusilleerd.

De namen van de vijf gefusilleerden zijn:

G.H.Cevat Alkmaar
A.J. van de Kramer Alkmaar
R. Rempt Alkmaar
J.P.J. van Roon Alkmaar
W. Zwart Alkmaar
Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on LinkedInEmail this to someonePrint this page